Niet enkel het zaad vliegt je om de oren wanneer je het internet opent.
Voor je het weet plakken de ledematen van verongelukte automobilisten al aan de binnenkant van je schermpje. Eén of twee slingers op je touchscreen zijn genoeg om je verrotte algoritme op stoom te brengen. Een vervolgens ondenkbare, niet te stoppen, oneindige stroom van beelden volgt.
Gelukkig doen de beelden ons niet zo veel meer. We zijn getrainde atleten als het aankomt op het verteren van hyperseksueel en/of gewelddadig materiaal. Collectieve trauma’s als Two Girls One Cup of One Man One Jar zijn rond 2012 al verwerkt en hebben ons voorbereid op de toekomst.
De serie Koppen is geïnspireerd op deze emotionele afstomping tot de beeldcultuur — hoe we niet meer opkijken van geweld of extreme seksualiteit op onze schermpjes, als gevolg van de stortvloed aan data die we dagelijks over ons heen krijgen.
Maar ook op wat voor invloed dit heeft op de beeldende kunst, hoe kunst van vorm of status verandert omdat het moet wedijveren met de verschrikking, de kolos, de metaverse — die de gemiddelde kunstganger reeds volgepompt, verzadigd en uitgeput aflevert voordat er überhaupt naar kunst is gekeken.
En hoe deze hoeveelheid en aard van informatie het shockeren met kunst tot een stompzinnige ambitie maakt.